Jacob Groot

(Venhuizen, 1947)

© Ramin Visch

 

Biografie

Jacob Groot (1947, Venhuizen/West-Friesland) debuteerde onder het pseudoniem Jacob der Meistersänger met de spraakmakende dichtbundel Net Als Vroeger (1970). Hiermee was hij een van de pioniers van de neo-romantiek, die door middel van een ironisch stijlbesef een meerduidige emotionele poëzie wist te ijken.

In zijn volgende bundels werd het recept eigenzinniger. Het barokke idioom van Topgeluk (1986) smeedde de gedichten tot strenge richtlijnen voor inzichten die ook formeel dienden te worden gedemonstreerd. In zijn recentere bundels Heerlijkheid Van Luchtmetaal (2005), Lofzang (2008) en Divina Noir (2010) bespeelt de taal uitbundiger registers. Van deze poëzie is de gelijktijdigheid van het zintuiglijke en het cerebrale geprezen, een mix die met name in het megagedicht Nieuwe Zon (2014) monumentaal lijkt te worden.

Ook in zijn proza is Jacob Groot uit op een ander timbre en een ongehoord geluid. Dit gold al voor zijn Nieuwe Muziek, een Herman Gorter Boek (1980), maar kwam nadrukkelijker aan bod in de essays over de zingende stem in de popmuziek die gebundeld werden onder de titel Gelukkige Lippen (2004). In 2008 verscheen de roman Billy Doper, een stilistische exercitie in een collage van genres over de onzuiverheid van de liefde en de tucht van het genot. Met de metafysische liefdesroman Adam Seconde (2012) bereikt zijn prozakunst een overrompelend genoemd voorlopig hoogtepunt.

Jacob Groot was van 1994 tot 1999 redacteur van De Revisor.

Kees ’t Hart interviewt Jacob Groot over Nieuwe zon